Beltane

Nog vol van het indrukwekkende feest Ostara , bereiden zij zich voor om naar de westkust van Ierland te gaan. Zij zien er naar uit om daar Beltane te gaan vieren. Dit feest doet hun denken aan de tegenhanger Samhain vanwege dezelfde locatie. Voor hun kleven daar hele mooie herinneringen aan vast. Tijdens het winterfeest, wat in de 21ste eeuw heeft plaats gevonden, hebben zij elkaar en hun eigen identiteit na velen jaren weer terug gevonden. Met de tijdmachine keren ze terug naar de 19e eeuw en zal het kasteeltje er wel heel anders bij liggen. Zij verwachten dat de wegen daar naartoe minder goed begaanbaar zullen zijn.

Zij hebben het mooi pittoresk kasteeltje nog goed voor ogen, maar bovenal de goedlachse gastheer genaamd Eoin, die helemaal in zijn nopjes was tijdens het inluiden van het winterfeest.
Nu een half jaar later worden zij er extra aan herinnerd. Om teleurstelling te voorkomen proberen zij dit niet teveel te koesteren.

Eén dag voor het vertrek lopen zij ’s avonds laat over het groene landschap langs de kust van Dover. De victoriaanse vuurtoren Forelands Lighthouse staat fier op een wat hoger gelegen stuk. Ze pronkt haar licht wat al van veraf te zien is. Het weer is aangenaam zacht. De onderlinge sfeer is close. Allen kijken ze naar deze imposante lichtbaken. Onderwijl voeren zij de meest bijzondere gesprekken waarin een stukje jeugdsentiment wordt meegenomen.

Als zij even op een rots gaan zitten voelen zij een vreemde aanwezigheid. Dit voelt als iets buitenaards wat naar hen loert. Dafurius staat op en wijst met haar vinger naar de krijtrotsen die wit beginnen op te gloeien. Tot zover zij kunnen zien gloeien alle rotspartijen die de kustlijn vormen.
“Kijk” zegt Dafurius , “zien jullie ook wat ik zie?”
De schrik slaat hun om het hart als zij adelaarachtig gevormde menswezens uit de krijtrotsen zien vliegen. In een mum van tijd vormen dezen een formatie, waarna zij met een krachtige sierlijke manoeuvre recht op hun af komen vliegen.

Voordat zij de benen willen nemen horen zij een bekende stem achter hun. Tot hun grote opluchting is het de goedlachse Ier die het winterfeest in de 21ste eeuw inluidde. Beduusd kijkt het viertal om zich heen en zien niets meer terug van het vreemde fenomeen.
Eoin lacht hun toe en zegt: “dit hadden jullie niet verwacht hé?”
In het kort verteld hij dat hij ook een tijdsreiziger is die afstamt uit de verre toekomst.
Voordat er vragen over de gevleugelde menswezens kunnen komen, legt de toenmalige gastheer uit, dat dit een tijdmachine is die hij uit zijn eigen energieveld genereert.

Veel tijd om bij te kletsen hebben zij niet. Na wat spullen van huis te hebben meegepakt, neemt hij hun mee in zijn vlucht. Voordat zij het beseffen zijn ze al op plaats van bestemming.
“Hoe heb je dit gedaan?” vraagt Fanrow aan de relaxte gastheer die op zijn gemak naar de kruidenbordes loopt. De ingenieur gaat geërgerd achter hem aan en vraagt om antwoord. Desondanks zijn dwingende toon is hij genoodzaakt om te wachten totdat hij klaar is.
Terwijl de gastheer wat geurige kruiden onder zijn neus houdt, zegt hij dat ze door middel van teleportatie naar Ierland zijn gereisd.

De gastheer klopt de gepikeerde ingenieur plagend op zijn schouder. Op een wel gemeende manier zegt hij erg blij te zijn met het wederzien. Tijdens de wandeling naar het kasteel zien zij dat deze er precies uit ziet zoals zij het zich herinneren. Het verbaasd hun enorm, maar laten het verder rusten. Tenslotte zijn ze gekomen om te genieten van dit feest. Tot in de late uurtjes nemen de gasten het er goed van.

Na zonsopkomst komen de genodigden één voor één de feestzaal binnendruppelen om te ontbijten. De gastheer heeft de tafels rijkelijk gevuld met zelfgebakken broodjes, hartige hapjes en zoetwaren. De keuze qua warme dranken en koele sapjes zijn rijkelijk. Langzamerhand maakt stilte plaats voor geroezemoes. De verdere dag staat in het teken van ontspanning en genieten van wat de kasteeltuinen te bieden hebben.

Aan het einde van de middag roept Eoin iedereen bij elkaar en vermeld dat het feest in de grootste kasteeltuin wordt gehouden. Daar staat een grove ronde eikenhoutentafel met daarop een houten vat zelfgestookte drank. In een cirkel daar rondom heen staan kleine aardewerken bekertjes. Hij houdt een korte toespraak over het zomerfeest. Na de toespraak ontsteek hij z’n fakkel en loopt daarmee naar de houtstapel die een stuk verder staat opgesteld. Na het aansteken van het vuur geeft hij een dankzegging aan de Zonnegod voor de groei en bloei van het gewas. Uit zijn zak pakt hij een buideltje wierook waarop kruiden en bloemen staan afgebeeld. Hij vereerd vruchtbaarheidsgodin Freya en werpt het buideltje in het vuur en vraagt om een goede vruchtbare tijd. Gezien de kruidige zoete geur lang in de lucht blijft hangen, wordt dit als een gunst van Freya opgepakt. Vol blijdschap vermeld Eoin dat de vruchtbaarheidsgodin hun goed gestemd is. Hij loopt terug naar de eikenhouten tafel en schenkt de bekertjes vol. Ze toosten op een goed verloop van het feest.

Na de toost begint de muziek waarop andere spontaan beginnen te dansen. De Ierse muziek en dans boeit Dafurius enorm. Het raakt haar diep vanbinnen. Zij probeert samen met Amy tevergeefs de complexe danspasje na te doen. De Ierse dansers zien dat en helpen hun een handje. Boryandrew en Fanrow worden door een paar jolige mannen erbij getrokken. Zij laten zich gemakkelijk meevoeren in de Ierse danstraditie. Het verbaasd de dansers hoe snel het viertal de danspasjes oppikt. De sfeer begint geleidelijk aan magisch te worden. De onderlinge band wordt versterkt. Hierdoor krijgt het feest een wat romantischer karakter. De muziek wordt op de sfeer van het gezelschap aangepast. Tegen middernacht blaast de gastheer op zijn hoorn en verteld dat een paar jonge stellen in het huwelijk gaan treden.

Iedereen kijkt vol spanning toe welke jonge stellen er gaan trouwen. De genodigden worden niet lang in spanning gehouden. Nadat de muziek weer begint te spelen worden de bruiden over een met bloemen bestrooid pad naar de bruidegom geleidt. Iedereen verbaasd zich hoe mooi de bruiden in zeer korte tijd zijn aangekleed. Iedereen geniet van deze mooie gelegenheid, waarbij de jonge stellen in de echt worden verbonden. Na de huwelijksvoltrekking breekt het feest in volle hevigheid los. Maar dan ineens rennen de pasgetrouwde de velden in. Na een poosje vertrekken ook de vrijgezelle jonge mannen. Fanrow vraagt zich af wat zij gaan doen en wordt argwanend. Amy sust hem en zegt dat zij naar de nabij gelegen boomgaarden gaan om meitakken te plukken. Fanrow kijkt Boryandrews vrouw fronsend aan. Amy verteld dat deze takken als een beoordeling voor huwbare meisjes dienen.

Dafurius die dit gesprek aanhoort pakt van een klein tafeltje de vier verschillende meien en loopt hiermee naar haar man. Ze beschrijft dat de dennentak voor een goed meisje staat en de berkentak op een aardig en vlijtig meisje. De kersen en de haagdoorntak zijn de negatievere beoordelingen. Zo wordt een meisje die een kersentak krijgt gezien als allemans liefje, terwijl het meisje dat de tak van de haagdoorn krijgt wordt versleten als kenau. Fanrow kijkt zijn vrouw grinnikend aan en grist de vier meien uit haar hand. Vervolgens jaagt hij hiermee achter haar aan. Zij rennen tot buiten de kasteeltuinen. Buiten adem komen zij aan bij de grote eenzame eik die midden in het groene landschap staat. Zij rennen nog een paar rondjes rondom de boom waarna hij haar vastgrijpt.

Hij kijkt haar diep aan en ziet het licht van de maan in haar ogen weerspiegelen. Hierdoor wordt hij herinnerd aan zijn eerste romance dat plaats vond bij het jagers huis, de locatie waar hij toen verbleef nadat de jager hem gewond hadden aangetroffen. De liefde bloeide toen ook op bij het maanlicht onder een oude eenzame eik.

Tijdens hun samenzijn merken zij niet op dat de scheidslijn tussen de elfenwereld en de aarde steeds dunner begint te worden. Ineens zien zij het zachte licht van een paar aanwezige elven. Dafurius merkt dat zij flauwe grappen willen gaan uithalen. Vol passie worden de ondeugden door haar weggejaagd. Een moment later krijgt de eik een zichtbare witte aura. In deze gloed is duidelijk een vrouwelijke silhouet waar te nemen. Fanrow voelt dat er achter hem iets vreemds aan het gebeuren is en draait zich met een ruk om. De vruchtbaarheidsgodin die via de eikenboom op aarde is gekomen, stelt ze gerust en neemt ze mee terug naar de kasteeltuin. De gastheer ziet dat de vruchtbaarheidsgodin Freya in hun midden is. Hij blaast wederom op zijn hoorn voor aandacht. Inmiddels springen er allerlei soorten wezens vanuit de elfenwereld op aarden. De goedlachse Ier legt uit dat mensen tijdens het zomerfeest ook de elfenwereld kunnen betreden. Hij nodigt iedereen uit om mee te gaan.

Waar de pasgetrouwde en de vrijgezellen zich bezigen in de velden, gaan de anderen met Freya de elfenwereld in. Net over de grens van de aardse realiteit begint ze over de betekenissen die schuil gaan achter de meidoorn en de sleedoorn. Op magische wijze maakt zij deze twee bomen visueel en zegt dat deze staan voor zomer en winter. Aan de hand van deze bomen laat ze zien hoe nauw tegenpolen met elkaar samenwerken. Het hele jaarcyclus wordt in een vogelvlucht doorgenomen.

Een oud verhaal volgt over de oppergod Dagda die tot de oorlogsgodin Morrigan kwam. Hierin wordt duidelijk dat zij een drievoudige godin is. Dagda die aan het begin van de winter, wanneer de sleedoorn vrucht draagt, tot haar kwam, schonk haar de lente. Hij beloofde haar dat elk jaar de lente opnieuw zal ontspruiten. Door dit prachtige geschenk smolt haar bloeddorstige aard weg om plaats te maken voor een blijmoedige jeugdige vrouw. Als zorgzame moeder waakte ze gedurende de zomer over de aarde en was daarbij de beschermgodin van de volkeren. Tot op heden is dit nog van kracht.

Na dit verhaal trekken zij verder de elfenwereld in. De contrasten in zowel de landschappen als de leefgebieden zijn zeer groot. Waar de wereld luchtig en vriendelijk is, kan daarnaast wel een heel ander decor liggen. Dafurius met nog een paar andere mensen verbazen zich over deze chaotische en onsamenhangende werelden die geen overgangen kent. Het lijkt wel alsof de elfenwereld ooit is verbrijzeld en weer willekeurig aan elkaar is gegroeid. Wat nog vreemder op hun overkomt is dat deze sterk contrasterende werelden en karakters elkaar op geen enkele wijze blijken te zien. Zij leven als het ware dwars door elkaar heen zonder dat te weten. De vruchtbaarheidsgodin neemt hun mee in allerlei werelden, maar heeft ook gebieden die ze vermijd.

Door de tijd heen krijgen zij contact met een tal van elfenwezens. Tijdens de rondleiding komen ze anderen mensen tegen die vergezeld zijn met een hele andere godin. Aan het uiterlijk is te zien dat zij ook een vruchtbaarheidsgodin is. Freya zegt dat zij haar wel eens tegenkomt in de godenwereld. De mensen die met haar zijn komen nogal barbaars en respectloos over. Het karakter van de elven die om haar heen wemelen is totaal anders dan die van hun. Fanrow observeert de andere groep en ergert zich aan het onbehouwen gedrag. Zijn kritische blik ontgaat de anderen mensen niet. Als tegen reactie gaan zij extra provoceren. Freya en haar tegenpool groeten elkaar en gaan ieder hun eigen weg. De groepen kruisen elkaars pad, waarin zwart op wit duidelijk wordt dat de conflicterende elfenkarakters elkaar niet waarnemen en dat de strijd nu alleen tussen de mensen plaatsvind.

De magische reis gaat voort waarin zij telkens zien hoe dynamisch een verbrijzelde chaotische wereld kan zijn. Juist dit gegeven maakt het elfenrijk tot een bijzondere serene wereld. Dit gebeuren maakt veel los bij de mensen. Uiteindelijk waagt Amy het te vragen waarom velen elfenrijken elkaar niet kunnen zien. Eén van de elven antwoord dat zij door schade en schande veel wijsheid hebben gekregen, waaronder ook het inzicht om te bepalen welke volkeren zij beter niet meer kunnen zien. Uit heel het verhaal begrijpt iedereen dat de elven hun wereld letterlijk kapot hebben gevochten. Na een periode van rouw, begonnen zij de wens te koesteren om in vrede te leven. Het koesteren van deze wens heeft de versplinterde werelden weer aan elkaar gehecht.

De vruchtbaarheidsgodin neemt ze aan het einde van de rondreis weer mee terug naar aarde. Eenmaal terug zien zij dat het kasteel helemaal met mei bloesems is versiert. De tuinen waar de huwbare meisje slapen zijn met allerlei takken bezaaid. Precies zoals het gezegd is, is het ook gebeurt. Voordat de vruchtbaarheidsgodin vertrekt, drukt zij het gezelschap op het hart dat conflicten het gevolg is van dualiteit. Dit gegeven zal ons blijven vragen om op zoek te gaan naar een kundige oplossing. Gezien het elfenrijk één van de oudste volkeren is, hebben zij er al iets op gevonden. Een stukje hoop, hoe ver weg nog, is ontsproten. Als dank voor haar komst en een vruchtbare toekomst stoken zij ter ere van haar een bloemige wierook. Zij blijft nog tot zon de eerste stralen over de horizon heen komen.

Vlak na haar vertrek horen zij zachtjes een grote deur open gaan bij de vleugel waar de huwbare meisjes slapen. Met gedempte stem zegt Eoin dat zij de ongunstige takken aan het weghalen zijn. Als de zon eenmaal op is worden er een paar mei palen in de grond geslagen waar de pasgetrouwde stelletjes omheen dansen in de hoop dat zij bevrucht zijn.

Na deze dansritueel schuiven zij voor de laatste keer aan de rijk gevulde tafel om een afscheidsdiner te houden. Zij spreken volmondig over de indrukken die zijn opgedaan. Tegen de nacht vertrekt iedereen naar huis. De goedlachse Ier neemt het viertal weer mee in zijn vlucht en zet ze op dezelfde plaats af waar hij hen een paar dagen geleden heeft opgepikt.

 


Foto's

Opleving Geplaatst door author icon Kitty feb 20th, 2019 | Geen reacties
Oog mandala Geplaatst door author icon Kitty nov 18th, 2018 | Geen reacties
Rustende vis Geplaatst door author icon Kitty nov 18th, 2018 | Geen reacties
error: