Litha

Briesend loopt ingenieur Fanrow heen en weer in zijn koepelvormige kantoor. Hij baalt als een stekker dat een aantal stoommachines in zijn machinerie zijn vastgelopen.
“hoe kan het nou gebeuren dat de pas bijgevulde olie schraal is geworden.” vraagt hij zich gefrustreerd af. Kort geleden heeft hij alle machines nog goed doorgesmeerd. Het is een raadsel waar hij tot grote ergernis niet uitkomt. Narrig schenk hij een glas whisky in om te ontspannen. In het nabij gelegen dorpje stopt de trein wat goed hoorbaar is in zijn kantoor. In één teug drink hij zijn glas leeg en snelt naar het station waar de trein over enkele minuten zal arriveren. Na ongeveer een uur komt Fanrow thuis waar zijn vrouw Dafurius bezorg zit te wachten. Zij kijkt hem met haar felle donkere bruine ogen aan en meld dat het eten is verpieterd. Zonder iets te zeggen frist de ingenieur zich op waarna hij gaat slapen.

Na een uurtje komt Dafurius ook naar bed en ziet dat haar man niet slaapt. Hij verteld haar over de gebeurtenis en zijn zorgen dat hij nu een aantal werknemers moet gaan ontslaan. Als ze na een poosje praten besluiten te gaan slapen, denk zij erover om dit met Amy en Boryandrew te delen. Als Fanrow weer voor dag en dauw opstaat, wandelt Dafurius naar Amy die haar hartelijk ontvangt. Zij legt het probleem voor waarover Amy zich verbaasd. Hals over kop loopt zij naar Boryandrews laboratorium. Naast zijn werk als scheepstechnicus, houdt hij zich bezig met het ontwikkelen van nieuwe scheepstechnieken met betrekking tot het opwekken van elektriciteit. Mede dat hij op de climax van zijn experiment zit, zwaait de deur open. Boryandrew kijkt verschrikt op en hoort Amy zeggen dat hij moet komen. Morrend onderbreekt hij zijn experiment. Als hij met zijn vrouw mee naar huis loopt moppert hij nog na over de onderbreking.

Onderweg naar zijn machinerie luistert Fanrow naar het ritmische geluid van de stoomtrein. Zijn gedachten gaan onderwijl net zo tekeer als het geluid van de trein.
“hoe moet ik de desbetreffende werknemers nou zeggen dat er geen werk meer voor ze is.” gonst het door zijn hoofd. Eenmaal op het eindstation wringt hij zich ongedurig door de menigte heen waarover hij de nodige commentaar te verwerken krijgt. Als hij langs het bospaadje gaat verschijnt ineens de oudere mystieke dame. Ze vraagt waarvan hij zo ontstemt is. Stuurs doet hij zijn verhaal en wil weer verder gaan.
“wacht” zegt ze, “ik ga met je mee en neem een monster van de schrale olie om te zien wat eraan schort”
Voordat de ingenieur haar van commentaar wilt voorzien, duwt zij zachtjes haar hand tegen zijn mond en glimlacht. Nadat zij haar zakdoek langs de vastgelopen machines heeft gehaald verdwijnt ze weer met achterlating van een briefje. Na het lezen daarvan ervaart de ingenieur een enorme rust.

Gezien alle machines op stoom staan, wacht hij in zijn kantoor op de werknemers. Na een half uur kijk hij op zijn zakhorloge en ziet dat deze stilstaat. Als hij het bij zijn oor houdt hoort hij duidelijk dat deze nog tikt.
“wat vreemd,” mompelt hij zachtjes. Terwijl hij zijn horloge weer terug stopt kijkt hij naar buiten. Zijn mond valt open van verbijstering als hij ziet dat de zon, net als de wijzers van zijn klok is blijven stilstaan. De ingenieur begint te twijfelen aan zijn geestelijke gezondheid en voelt zich angstig worden. Voordat de paniek toeslaat valt zijn oog op het achtergebleven briefje. Als hij deze oppakt om het nogmaals te lezen, staat er heel wat anders op. Het briefje vermeld iets over een boven natuurlijke magiër die de tijd tijdelijk heeft bevroren. Tot slot staat er dat niemand als hij alleen weet heeft van deze kortdurende bevriezing.

Als de tijdsbevriezing ten einde is, loopt Fanrow naar de machinerie en ziet dat zijn vastgelopen machines weer draaien. De dag verloop zoals alle andere dagen. Zodra hij thuis komt ziet hij dat zijn vrouw vergezeld is met Amy en Boryandrew. Vol vuur vertellen zij dat de oude mystieke dame hun persoonlijk is komen vertellen dat er een tijdsbevriezing is geweest. Diezelfde nacht willen zij een gesprek onder de sterren houden om inzicht te krijgen over deze bijzondere gebeurtenis.
Als de avond valt gaan ze naar hun bekende plaats aan zee. Bij een gering vuurtje wachten zij totdat het allesomvattende zich opent om ze van informatie te voorzien. Het valt hun tegen als zij slechts één hint in de richting van heling krijgen. Gezien het veld zich direct sluit, weten zij dat ze het hiermee moeten doen.

Na een paar dagen krijgt Dafurius een bijzondere droom over de zonnegod. Zij ziet dat hij aan de voet staat van een berg. Als hij deze gaat beklimmen, ziet zij dat hij alle oude vergeten volkeren en diens wijsheden vanuit de aardbodem mee naar boven neemt. Dit aangename beeld wordt drastisch verstoord als ook de afschuwelijke en pijnlijke gebeurtenissen op de proppen komen. Het is hartverscheurend hoe de vergeten volkeren alles aanwenden om tevergeefs bij hun eigen wijsheden te komen. Dafurius weet dat enkel hiermee de oude pijnen geheeld kunnen worden. Als water en vuur willen zij elkaar bestrijden. Voordat de oude volkeren dreigen te gaan bezwijken, bereikt de zonnegod de top waarna hij gaat afdalen. Tijdens dit proces luwt de gevechten. De zonnegod trekt zich tezamen met de oude vergeten volkeren terug in de aarde en offert hierbij al zijn energie op totdat hij in slaap valt. In deze slaap wordt alles bevroren. Als Dafurius wakker wordt voelt ze zich erg onplezierig.

De volgende dag komen zij bij elkaar om achter de betekenis van Dafurius droom te komen. Na een minuut of tien komt de oude mystieke dame uit het niets bij hun. Ze is vergezeld met een jonge rondborstige dame die een fruitmand in haar hand houdt. Als zij een toestemmend knikje krijgt, loopt ze naar hun toe om zich voor te stellen als Pomona. Mede dat zij hun een vrucht aanbied zegt zij dat ze de beschermvrouw van alle fruitbomen en het graan is. Na haar zegje stapt ze weer naast haar metgezellin. Voordat zij verdwijnen deelt de oude dame mede dat zij op de eerste dag van juni op de boot naar Tromso moeten stappen om daar in dezelfde herberg, waar zij ook Yule hebben gevierd, Litha te vieren. Het viertal krijgt echter de waarschuwing, dat de boottocht minder rustig zal verlopen als de vorige keer. Het is duidelijk dat zij doelt op de droom van Dafurius.

In de dagen voor hun vertrek regelen zij van alles om weg te kunnen. Voordat zij op pad gaan wordt alles nog even gecontroleerd. Onderweg naar de haven praten zij over het winterfeest en de kapitein die net als de oude kwieke dame een lichtwerker is. Als zij het schipperscafé binnenstappen horen zij een bekende stem die hun roept. Zij kijken rond en zien de kapitein zitten die naar ze zwaait.
Enthousiast zegt hij: “kom er gezellig bijzitten en geniet van het voedzame schippersdiner”
Zij zien dat de tafel vol met eten staat alsof hij hun al had verwacht. Tijdens het eten maken zij er een gezellige boel van. Voordat zij het in de gaten hebben is het tijd om uit te varen.

Eenmaal op de kade stuit de kapitein op de inmiddels ongedurig geworden passagiers. Hij excuseert zich en heet het gezelschap welkom aan boord. Nadat de touwen zijn losgegooid voelt iedereen zich al op avontuur. De regenachtige avond maakt dat men zich binnen vermaakt met sterke verhalen en kaartspelen. Dit gezelschap maakt veel herinneringen aan de vorige boottocht los. Voorlopig gaat het nog net zo als de vorige keer. Toch houden zij rekening met de waarschuwende woorden van de oude dame.

Vroeg in de ochtend worden de opvarende opgeschrikt door luid gebonk en gesis. Fanrow komt met een ruk omhoog waardoor hij hard zijn hoofd tegen het plafond stoot. Hij laat zich grof uit over het stapelbed waarna hij in zijn broek en trui schiet. Zodra hij uit zijn hut stapt ziet hij allerlei soorten draakachtige waterwezens die hij slechts vaag uit oude mythische verhalen kent. Hij gedenkt de waarschuwing en probeert de mensen, die inmiddels in paniek zijn geraakt tevergeefs te bedaren. De kapitein weet zijn schip naar een rustiger stuk te koersen. Hij weet dat het de oude vergeten volkeren en de aardpijnen zijn die het tegen elkaar opnemen. In deze periode van strijd nemen zij allerlei gedaantes aan om elkaar te overtroeven.

Als zij uit het gevaarlijke gebied zijn gevaren, geeft de kapitein uitleg over wat er gebeurt is en waar dat van komt. De opvarende zijn van mening dat de kapitein door de duivel bezeten is en het schip heeft behekst. Zij eisen dat hij direct terug vaart en hun de kosten terugbetaald. Gezien zij al bijna bij de eerste haven van Denemarken zijn, meld hij dat zij over enkele uren van boord kunnen. Staand willens gaan ze hiermee akkoord. De eens zo gezellige vaart is omgeslagen in een gespannen sfeer. Door het minste geringste ontstaat er al forse ongeregeldheden. Sinds het bizarre tafereel in het water, herbeleven sommige van de opvarende gebeurtenissen uit hun jeugd. Dit roept veel vragen op wat hen uiteindelijk bij de kapitein brengt. Nadat een aantal mensen hierover navraag hebben gedaan, volgen er meer. Een kwart van de opvarende zijn tot andere gedachten gekomen, waardoor de opstand iets is geluwd.

Als de boot eenmaal is aangemeerd vliegt iedereen van boord. De kapitein en Boryandrew hadden gehoopt dat diegene die erop terug waren gekomen, nog langer aan boord zouden blijven. Helaas is dit hun eindbestemming. Als zij eenmaal weer op volle zee varen worden ze overvallen door dichte mist. Dafurius en Amy gaan naar buiten om te kijken of zij daar meer kunnen zien, maar komen schuddend met hun hoofd naar binnen.
De kapitein is genoodzaakt om een veilige plaats te zoeken om voor anker te gaan. Als hij een geschikte aanlegplaats tussen een paar rotsachtige eilanden vind, legt hij zijn boot vast aan één van de eilandjes.

Die avond besluiten zij om er het beste van te maken. Fanrow haalt een fles Ierse whisky uit zijn tas en schenk voor ieder wat in. Onder het plezier van een kaart spelletje wordt er over van alles en nog wat gebabbeld. Later op de avond krijgt de gezelligheid een diepzinniger karakter. Het gesprek over de geheime locatie van de lichtwerkersstad stokt als zij buiten een treurig gehuil horen.
In eerste instantie lijkt het op het huilen van de wind, maar heeft daarvoor teveel weg van het gezang van walvissen. Bij nader inzien wijkt het daarvoor ook teveel af. Zij kunnen het niet thuisbrengen, waardoor de sfeer onaangenaam wordt. De kapitein is de enige die zich buiten durft te wagen en besluit om een kijkje te gaan nemen.

Als hij zijn voet op het eilandje zet, neemt de mist allerlei mensachtige gedaantes aan. De kapitein weet dat dit de vergeten wijze volkeren zijn. Aan de hand van het indringende huilen beklagen zij de toestand van de aarde, waaronder een aantal oude breuken die de scheiding tussen de wijsheden en de oude volkeren heeft veroorzaakt. Zij wensen om geheeld, maar bovenal herinnerd te worden in de gedachte van de huidige mensen. Na deze ervaring wil de kapitein terug gaan naar het schip. Voordat hij zijn eerste stap wilt zetten, wordt zijn oog naar een grote wazige lichtbol getrokken. Deze lijkt ineens uit de zee te zijn gerezen. Door de dichte mist ziet hij nauwelijks contouren. Pas als de mist begint op te trekken verschijnen de contouren van een gigantisch gebouw. Hij pakt een kleine verrekijker om het beter te aanschouwen. Als hij de architectuur van duizenden jaren oud in het vizier krijgt, staat hij perplex. Tijdens het bezichtigen doemt de gehele stad rondom dit gebouw uit het water op. Het bruisende leven daar is niet mis te zien. De bevolking bestaat uit mensachtige waterwezens dat sterk uiteen loopt. Gezien de staat van dit alles als nieuw is, krijgt de kapitein het idee, dat dit één van de velen steden is dat toe behoord aan de vergeten volkeren. Zijn hart begint hierdoor sneller te kloppen. Iets zegt hem dat de heling nabij is.

Gezien dit erg onwaarschijnlijk op hem overkomt denk hij dat hij aan wanen lijdt. Op datzelfde ogenblik komt de mystieke dame weer uit het niets en vermaand de kapitein dat hij beter moet weten.
Zij gebied hem om het viertal van boord te halen om hen kennis te laten maken met deze vergeten mensheid. De kapitein doet wat zij vraagt. Na enkele minuten komt hij vergezeld met de rest terug. Allen kijken zij vol bewondering naar dit schone aanzicht. Zonder dat zij het door hebben worden zij bekeken door deze bijzondere mensheid. Pas als Boryandrew hun iets wat lichtgevende ogen opmerk laat hij een kreet van schrik waardoor ook de anderen hen in het vizier krijgt.

Als de oude dame hun roept zien zij een corona om haar heen. Met een sierlijk handgebaar lijkt zij iemand te wenken. Dan ineens verschijnt beschermvrouw Pomona. Wederom krijgen zij een vrucht aangeboden. Op een overtuigende wijze vermeld ze dat zij dit nodig hebben voor hetgeen wat hun staat te wachten. Nadat Pomona gesproken heeft, verteld de oude dame dat zij worden klaargemaakt om naar waterstad te gaan. Zij geeft de waterwezens de opdracht om hun mee te nemen naar hun leefomgeving. De kapitein wordt geboden direct uit te varen naar de herberg in Tromso.

Nadat de mystieke dames weer in het niets zijn verdwenen, moet het viertal over een enorme drempel heen om in het koude water te gaan. Het komt nu op vertrouwen aan over wat hun hierover verteld is. Dafurius weet als eerste haar angstblokkade te doorbreken en duikt als een volleerd schoonspringster in het water. Ze voelt een vreemde tinteling door heel haar lichaam en ziet dat ze nu instaat is om in het water te leven. De overige drie staan verbijsterd voor zich uit te staren. Dafurius praat op hun in en weet ze over te halen om ook te springen.

Vlot leggen zij de velen kilometers naar de waterstad af. Eenmaal daar worden zij voorgesteld aan de grote menigte die hun tegemoet zijn gezwommen. Door een paar vooraanstaande stadhouders worden zij naar een afgelegen plaats geleid. Deze plek heeft het uiterlijk van een koraalriffentuin. Hun wordt vriendelijk verzocht te gaan zitten, waarna de stadhouders weg zwemmen.
Het viertal vraagt zich af wat hun nu te wachten staat. Na een halfuur komt de delegatie weer terug. Ze kijken achterom en maken een gebarende beweging in de richting van een donkere spelonk. Een moment later verschijnen de tijdsreiziger die zij eerder op het Ostara feest hebben ontmoeten.

De reünie is officieel en zakelijk vanwege de opdracht die hun te doen staat. Zij moeten de breuken in tijdsketting zien te vinden en te helen voordat de dagen weer gaan korten. De groep tijdreizigers weet dat het onderwaterreizen langs de tijdketting van de aarde meer risico’s draagt, dan dat het via de gebruikelijke Kosmische wegen gaat. Ten alle tijden mag het leven op aarde er geen hinder van ondervinden. Diegene die uit de oertijd afkomstig is weet dat de veiligste manier van reizen teleportatie is.

De tijdsreizigers vragen zich af waarom zij aan de tijdsketting van de aarde moeten gaan sleutelen. Zij vinden het nogal wat om aan haar herinneringen te komen. Als zij met een plan van aanpak bezig zijn, vraagt één van de tijdsreigers waarom zij dit moeten gaan doen. De vraag wordt afgedaan met een scherpe blik. De manier waarop dit gebeurt maakt duidelijk dat vragen niet gewenst zijn. Het viertal weet dat de kapitein en de oude dame meer weten over de noodzaak van deze missie.
Als het plan eenmaal op papier staat, krijgen ze een paar dagen vrij om van het leven en de omgeving te genieten.

Zodra ze buiten de koraalriffentuin komen worden zij overal mee naartoe genomen. Dit oeroude volk komt heel erg vriendelijk en harmonieus over, ondanks dat er veel verdriet zit. Geregeld komt dit issue aan de oppervlakte. Zij begrijpen uit heel dit verhaal dat alle vergeten volkeren een geïsoleerd bestaan lijden, behalve tijdens de klim van de zonnegod. Eén van de vrouwen neemt Fanrow mee naar het mooiste uitzicht dat net buiten de stad ligt. Zij brengt hem naar het punt waar veel andere onderwatersteden en natuurgebieden te zien zijn. Dan duwt zij ineens het gezicht van Fanrow zachtjes haar kant op. De ingenieur kijkt nu in een paar grote intense treurige ogen.
Verdrietig zegt ze dat deze plaats weer gaat sluiten als de zonnegod gaat dalen. Na deze woorden smeekt ze hem om hun te helpen. Tijdens deze smeekbede kom ze dichterbij om de ingenieur te kussen. Dafurius die dit ziet gebeuren komt boos tussen beide staan. Met een woeste blik dringt ze de jonge vrouw van haar man weg.

In de dagen dat zij met dit bijzondere volk optrekken, passeren veel oude mythes over het ontstaan van de breuken de revue. De verhalen lopen sterk uiteen, maar hebben daarnaast ook veel vergelijkingen. Gezien het erg complex in elkaar steekt, worden zij er niet veel wijzer uit.

Als de dag aanbreekt om aan de missie te beginnen, gaat de tijdsreiziger uit de oertijd hun voor. Hij is diegene die het meest gedreven is met het tijdreizen op eigen energie. Tijdens hun werkzaamheden aan de tijdsketting, komen zij van alles tegen. Bij aanraking van de beschadigden schakels beleven zij alle gebeurtenissen die daarin liggen opgeslagen. Deze klus is zeer belastend voor het gezelschap. Met alle omzichtigheid werken zij schakel voor schakel af totdat deze als één geheel is geworden.

De wacht is nu op het moment dat de zonnegod gaat dalen. Dan wordt het pas duidelijk of hun ingreep onaangeroerd zal blijven. Echter krijgen de tijdsreizigers niet de kans om dit af te wachten, want het allesomvattende veld roept hen terug van waar ze vandaan zijn gekomen. Het viertal mag als enige nog een dag in de waterstad verblijven. Zij worden die dag flink vermaakt met de spelen en tradities die daar al eeuwen lang wordt gehanteerd.

Als zij worden geroepen om te vertrekken, ziet de ingenieur dat zij nooit meer op tijd in de haven van Tromso kunnen zijn. De stadhouders vermelden dat zij gewoon op tijd kunnen zijn, als zij tijdreizen op hun eigen lichaamsenergie. Voordat Fanrow hun van commentaar wilt voorzien zegt één van de stadhouder dat de oude dame en Pomona hun die opdracht heeft gegeven.
“heb vertrouwen dan komt het goed”, zegt dezelfde stadhouder hun toe.
Het viertal dat nog nooit op deze manier zelfstandig heeft gereisd, doet wat hun geleerd is. Na een paar keer lukt het hun om zich op deze wijze te verplaatsen. Als zij op de haven aankomen zien zij de kapitein staan. Naast hem staat beschermvrouw Pomona. Beiden turen zij over het water heen. Boryandrew roept hun. De kapitein draait zich met een ruk om en zegt dat hij verrast is. De beschermvrouw glimlacht en wist dat zij die techniek onder de knie zouden krijgen.

Eenmaal bij de herberg worden zij hartelijk welkom geheten. Ze nemen plaats op de nog onbezette stoelen. Er wordt een toost uitgebracht over een goed verloop van het feest. Nadat de tuindeuren worden opgezet wordt het rijkelijk gevulde buffet geopend.
Tijdens het eten wordt vol respect over de zonnegod en de vruchtbaarheidsgodinnen gesproken. Hun woorden spreken alleen maar dank uit over wat zij de afgelopen maanden hebben gekregen. Pomona die in hun midden is staat op. Zij verteld dat de zonnegod spoedig in kracht zal afnemen om plaats te maken voor berggodin Skadi.
Nadat Pomona heeft gesproken gaan de gesprekken al gauw over koning Eik en koning Hulst. De leden van de groep zijn ervan overtuigd dat koning Eik na het vallen van z’n blad de scepter overgeeft aan koning Hulst.

Als het buffet tegen het einde loopt is het middernacht. De zon is gezakt tot net boven de horizon. Diegene die het feest leidt zegt dat het tijd is om het grote vuur te gaan ontsteken. Met z’n allen lopen zij naar de plaats waar het hout al staat opgesteld. Het verbaasd hun dat rondom de houtstapel grote witte schotten staan opgesteld. De ruime opstelling maakt dat er rondom het vuur gedanst kan worden. Als zij eenmaal in de cirkel staan bewonderen zij de houtskoolkunst die aan de binnenkant is aangebracht. De mythische afbeeldingen in de vorm van goden, godinnen en hybriden waterwezens maakt het tafereel bijzonder. Voordat het vuur ontstoken word verteld de leider over het as van de voorgaande vreugdevuren. Het intrigeert het viertal hoeveel beschermende en gelukbrengende eigenschappen hieraan toe word toegerekend. Met een duidelijk gebaar wijst de leider naar de houtskoolkunst dat ook gemaakt van datzelfde as.
Iedereen pakt wat houtskool weg en leg deze apart.

Als het vuur eenmaal aan is breekt het feest los. Ze dansen om het vuur en voelen de magie van de mythische afbeeldingen. Fanrow koestert de gedachte dat dit pure inbeelding is. Amy attendeer hem erop dat hij niet moet proberen om de magie te analyseren. Soms lijken deze afbeeldingen tot leven te komen. Zo nu en dan ervaren zij een vorm van communicatie wat zij niet thuis kunnen brengen. Deze komt heel intens en liefdevol over, maar heeft daarnaast ook indringende en confronterende boodschappen. Deze dualistische communicatievorm gaat een tijdje voort. Op een geven moment wordt het de vier tijdsreizigers duidelijk dat de magie hun in verbinding heeft gebracht met de vergeten volkeren. Zij voelen de gaande strijd, maar ook de samenwerking van deze lieden. Fanrow concludeert dat de zware missie, het helen van de tijdsketting is geslaagd. Hij laat zich op zijn knieën zakken en kijkt met betraande ogen in het vreugdevuur.

Na het dansen en drinken van de zelfgemaakte drank, neemt Pomona de groep mee naar de akkers. Eenmaal daar rolt de beschermvrouw als eerste door de akkers heen om deze kracht en bescherming te geven. De rest volgt haar op. Tijdens deze bezigheid hebben zij de grootste lol. Grappen vliegen over en weer wat de groepsband versterkt. Tijdens het uitstrooien van het verzamelde as is er veel eerbied en respect. Nu zijn zij er vrijwel zeker van dat het rijpingsproces goed zal verlopen. Inmiddels loopt het tegen de ochtend. Iedereen keert moe en voldaan terug naar de herberg.

Als de groep na een paar uur slapen weer bij elkaar aan de tafel zit, komt als laatste de kapitein binnen. Als hij het viertal ziet, gaat hij tegenover hen zitten. Vol enthousiasme spreekt hij over de blijdschap op de lichtwerkersbasis. Boryandrew kijkt de kapitein met een onbegrijpelijke blik aan en vraagt wat hij hiermee wilt zeggen.
Verbaasd over deze vraagt zegt hij: “ze zijn verblijdt over jullie geslaagde missie natuurlijk! Je begrijpt toch wel dat de heling van de tijdsketting verder strekt dan alleen de aarde?”

Fanrow sust de over enthousiaste kapitein en zegt dat het beter is om hierover op een ander moment te praten. Als het tegen de middag loopt, staat de leider van dit feest op met de vermelding dat de zonnegod al in kracht aan het afnemen is. De meesten weten dat Berggodin Skadi zich vanaf dit moment gaat voorbereiden om straks de overgang van herfst naar winter goed te laten verlopen. Koning Eik en Hulst zullen tezamen met de vruchtbaarheidsgodinnen en de ijspriesteressen tot een compromis moeten komen om de overgang in de jaargetijde zo soepel mogelijk te laten verlopen. Elk jaar willen zij dat de aarde zoveel mogelijk behoedt wordt voor destructieve conflictsituaties.

Na deze toezegging gaat ieder zijns weegs. Als de kapitein het viertal even voor zichzelf heeft, komt hij met het feit dat de vergeten volkeren en de lichtwerkers één en hetzelfde volk is.
“zo boven zo beneden,” verkondigd hij kort en bondig.
Boryandrew fronst en antwoord: “dus als ik het goed begrijp zijn jullie ook geheeld.”
De kapitein knik en raakt ontroert.
Hij haal diep adem en zegt: “de wens om bevrijdt te worden uit onze ballingschap is waarheid geworden. Wij kunnen eindelijk naar huis om andere volkeren ontmoeten.”
Ineens staat de oude mysterieuze dame erbij. In haar rechterhand houdt zij een gekalligrafeerde brief. Daarop staat geschreven dat de lichtwerkersbasis is verplaatst van het verre onbekende oord naar de aarde. Zonder iets te zeggen klopt zij vredig met haar hand op de grond.
Aan de hand van het aardse energienetwerk laat zij zien, dat de vergeten volkeren dit als medium gebruiken om met de huidige mensheid en de lichtwerkers te communiceren.

Als de laatste avond van het feest aanbreekt wordt iedereen wederom na het eten bij het vreugdevuur verwacht. Het decor rondom het vuur is nu totaal anders. De schotten hebben plaats gemaakt voor langwerpige tafels met daarop boeketjes gedroogde kruiden. De leider zegt dat deze avond in het teken staat van de geneeskrachtige kruiden die nu groeit en bloeit. Deze wordt straks aangeraakt door berggodin Skadi. Zij zorgt ervoor dat er magische krachten aan toe kunnen worden geschreven. In het verleden heeft het mens en dier al op bijzondere wijze beschermt tegen ziekte en koude.

Iedereen trekt het bos in om de aanraking van Skadi te ervaren. Als de nevel wat tussen de bomen hangt, allerlei mensachtige gedaantes begint aan te nemen, roept dit gemengde gevoelens op. Gezien de kapitein en het viertal dit al eerder heeft meegemaakt, staan zij hier niet raar meer van te kijken. Zij weten dat dit een uiting van de vergeten volkeren is. Hij verteld het de groep die vol bewondering toekijkt hoe deze mistige mensheid zich bekommert over de kruiden.

Naast dit magische fenomeen hoopt iedereen een glimp van Skadi te kunnen vangen. Op één van de besneeuwde bergentoppen verschijnt kort haar silhouet, waarna deze weer oplost in de sneeuw.
Hoe kort zij zich ook heeft laten zien, de groep en de vergeten volkeren zijn hier erg blij mee. Allen ervaren dit als een unicum. Haar kortstondige verschijning heeft niet alleen een bijzondere invloed nagelaten op de waarnemers. De kruiden lijken wel te zijn voorzien van een tastbare geest. Iedere kruid soort straalt z’n eigen unieke lichtkleur uit. Niet alleen het visuele beeld is een wonderlijke pracht. De voelbare interacties dat daarbij plaatsvind tussen de kruiden en de planeten is majestueus. De groep ervaart dit als een Kosmisch hoog staaltje dat te vergelijken is met een paringsdans tussen twee dieren. Als de interactie na enige tijd uitsterft, verliezen de kruiden ook hun gloed. De vergeten volkeren trekken zich vanuit mist langzaam terug in de bodem. Als de rust eenmaal is terug gekeerd, herinnerd alleen de grondmist het gezelschap nog aan deze spectaculaire gebeurtenis.

Met beschermvrouw Pomona voorop keert de groep terug naar de herberg om te gaan slapen. Pas tegen de middag wordt er een afscheidsbrunch georganiseerd. Tijdens het eten wordt er volop gesproken over de nachtelijke gebeurtenis. Als iedereen op het punt staat om naar huis te gaan, krijgen zij een paar kooltjes as en een boeketje gedroogde kruiden mee. De kapitein en het viertal stappen aan boord. Net als altijd gaat hij langs alle havens. Zoals verwacht stapt niemand bij hem aan boord. Het praatje dat de kapitein bezeten zou zijn vanwege het vreemde tafereel in het water, is als een lopend vuurtje rond gegaan. Bijna alle havens waar de kapitein goed bekend staat heeft hier lucht van gekregen. Bij een paar kleinere haven staan zelfs borden dat hij niet mag aanmeren.

Bij de laatste haven in Denemarken stappen de passagiers weer aan boord die hun mening hebben bijgesteld. Nadat de kapitein hun een stevige maaltijd heeft aangeboden vertrekt hij.
Onderweg komen dezelfde draakachtige waterwezens weer boven. Dit keer in harmonie met elkaar. Zwemmend naast de boot gaan ze een aantal mijlen mee. Het is iedereen wel duidelijk dat er iets is veranderd. Voor de meeste onder de passagiers zal dit altijd een raadsel blijven. Slechts voor de tijdreizigers die de tijdsketting van de aarde hebben geheeld weten het volledige verhaal.

 


Foto's

Vliegende snoek Geplaatst door author icon Kitty jul 17th, 2019 | Geen reacties
Groene inspiratie Geplaatst door author icon Kitty jul 17th, 2019 | Geen reacties
vurige vogelkop Geplaatst door author icon Kitty mrt 24th, 2019 | Geen reacties
error: